april 7, 2020

Angst?

Het afgelopen weekend was zonovergoten. Normaal gesproken zou iedereen er op uit zijn getrokken. Naar de stranden. De bossen. Of waar er dan ook maar te genieten was van natuur, zon, wind en ruimte.

Maar het was stil op de stranden. In de bossen. Om het virus in toom te houden dienen we het geen ruimte te geven of anders gezegd geen nieuwe lichamen aan te bieden om zich in te verspreiden. Die lichamen waar het zich in kan nestelen zijn niet zomaar lichamen. Het zijn mensen met een leven. Een verhaal.

Hoewel ik weet dat het virus ook mijn lichaam uit zou kunnen kiezen om zich tot leven te wekken, houd ik mij daar in het geheel niet mee bezig. Gisterenavond sprak ik een vriendin en die ervoer die angst wel.

Dat zette mij aan het denken. Waarom ben ik niet bang voor het virus? Voel ik mij onoverwinnelijk? Steek ik mijn kop in het zand? Denk ik dat het mij niet zal overkomen?

Ik heb er niet direct een antwoord op. Dat ik voor mezelf niet bang ben, betekent niet dat ik mij niet kwetsbaar voel. Dat voel ik mij zeker. Ik bezoek mijn ouders al weken niet. Uit voorzorg. Ik wil hen niet besmetten met een virus dat ik mogelijkerwijs zonder dat ik het weet bij me zou kunnen dragen. En wel degelijk instrueer ik iedereen in mijn gezin handen te wassen bij binnenkomst, afstand te houden tot anderen en als ze moeten niezen dit in de mouw te doen.

Toch voel ik geen angst voor het feit dat het virus mij zou kunnen treffen. Misschien is het een overlevingsstrategie. Als we bij voortduring zouden nadenken over het noodlot dat ons zou kunnen treffen zouden we niet meer kunnen leven. Misschien is het hetzelfde als autorijden, ik doe iedere keer de gordel om maar ben nooit bang dat ik een dodelijk ongeval krijg.

Want ook in het leven voor Corona lag de dood om de hoek. Je kan onder een auto komen, van de trap afvallen, struikelen over een stoeprand, van de fiets vallen, neerstorten met een vliegtuig (alhoewel ik om klimaat redenen niet meer vlieg), stikken in een visgraat, een verkeerde persoon treffen op weg naar huis, verdrinken bij een kanotocht en ga zo maar door.

Misschien beschouw ik Corona als eenzelfde noodlot. Het kan je treffen maar je hoeft er pas mee om te gaan als het ook daadwerkelijk zo is. En het risico dat het mij dodelijk treft, blijft -ondanks alle vele angst verhalen in de media- nog altijd zeer klein.

Daarbij komt dat de dood nu eenmaal bij het leven hoort. Immers alles wat in de natuur bestaat, leeft omdat ook de dood bestaat. De kip bestaat omdat er wormen zijn die hij kan eten, de kat vanwege de muizen, paarden vanwege het gras, het gras vanwege de aarde, de leeuw vanwege de zebra’s en ga zo maar door.

Alles transformeert in ander leven. Maar als de muizen, de wormen, het gras, de zebra’s en wat al niet meer voortdurend in angst zouden verkeren voor hun einde, zouden ze niet tot leven komen.

Ze leven iedere dag alsof ze de eeuwigheid door hun aderen hebben stromen. Alsof ze er van overtuigd zijn dat de volgende dag ook voor hen weer de zon zal schijnen.

Corona loert misschien op ons, maar we vieren het leven, iedere dag dat de zon opkomt, iedere dag dat we ademen, dat we bestaan. Simpelweg omdat we leven zijn. Het is misschien juist de kunst om de angst voor Corona in de juiste proporties te blijven zien. Je handen te wassen zoals je ook een autogordel omdoet.

Daarbij komt dat hoe meer we de angst voeden, hoe meer we onze vrijheid inperken. Het is de kunst om het juiste narratief over Corona te blijven vertellen en in te blijven zien dat het een noodlot is dat je kan treffen.

Corona zet mij aan tot thuis blijven, handen wassen en wat al niet meer, maar ik sta niet toe dat het mij verlamt van angst. Daarvoor is het leven mij te dierbaar.

written by Beitske - Posted in Corona