april 1, 2020

Virus als leermeester?

Microbioloog Bruno Verhasselt trekt mijn aandacht op een woensdagmorgen. Ik ben al een aantal jaren fervent Blendl gebruiker, ik houd van de diversiteit van de kranten en tijdschriften. De verschillende invalshoeken en perspectieven van kranten die ik normaal niet zou lezen.

Verhasselt zegt het zo in de Standaard (krant in België): ‘Virussen kennen onze menselijke cellen al duizenden jaren, ze zijn ervaringsdeskundigen en we leren heel veel over onszelf door hen te bestuderen.’

Op de een of andere manier doet deze uitspraak iets in mijn relatie tot het virus. Het is geen indringer in mijn lichaam of misschien zelfs in onze samenleving. Het is een geniaal levend wezen dat mijn lichaam en misschien wel mijn habitat als mens, beter kent dan ik zelf. Het kan mij zelfs iets leren, iets over wie of wat ik ben als mens.

Het virus, zo legt Verhasselt uit, is er op gericht zo lang mogelijk te leven en weet feilloos hoe hij onze cellen daartoe moet manipuleren. Het virus heeft ongelofelijk veel kennis over de werking van menselijke cellen. Zo is een te snelle dood voor het virus niet van belang, hij wil zo lang mogelijk in leven blijven in het menselijk lichaam.

Hoewel het over mijn menselijk lichaam gaat, krijg ik ineens toch ontzag voor dat kleine levendige virus. Misschien, bedenk ik nu, zijn we daarom al besmettelijk voordat we enige teken van besmetting vertonen zoals hoesten of niezen. Het virus is uiterst intelligent te werk gegaan. Het virus beschouwend als een intelligent levend micro-organisme dat mijn cellen beter kent dan ik, roept iets van verbinding op. In plaats van dat het een indringer wordt, is het een intelligent levend wezen dat zich uiterst slim weet voort te bewegen in deze geglobaliseerde samenleving.

Er vanuit gaande dat niets op deze aardbol voor niets gebeurt (zoals de vogels vliegen, de vissen zwemmen, de mieren kruipen, de slakken schuiven, de varkens wroeten en zij allen weer een samenspel vormen) kunnen we ons afvragen waarom het virus zich nu aan ons voordoet. Wat wil het ons duidelijk maken, of anders gezegd, wat kunnen we van het virus leren?

Dat dit geen vage of zweverige vragen zijn, bewijst Verhasselt. Hij legt uit dat het virus solidair is, het maakt geen enkel onderscheid tussen arm, rijk, zwart, wit, gelovige, atheïst. Het dwaalt de wereld door op zoek naar zijn eigen voortbestaan. ‘Misschien’ aldus Verhasselt, ‘kunnen we dat van micro-organismen leren: solidariteit loont’.

In dat opzicht zou het virus een oproep kunnen zijn voor solidariteit, voor verbinding. Ik vraag me af of we het als wereldbevolking zo ook echt kunnen zien. Immers de afgelopen weken is duidelijk geworden dat sommige mensen zich verbinden en anderen juist proberen geld te verdienen aan de paniek en angst die is opgeborreld.

Toch brengt Verhasselt mij iets op deze woensdagmorgen. Een poging om het virus als spiegel te zien. Een spiegel voor wie wij als mensen zijn. Als het virus niet solidair is, overleeft het niet. Misschien geldt dat ook voor de mensheid. Als we niet solidair zijn in deze crisis, redden we het niet.

Met die gedachten ga ik de dag in. Ik beschouw vandaag de dag het virus als een leermeester, zonder dat ik zeg dat ik blij ben dat het er is. Maar dat is misschien wel met veel lessen in het leven. Die zijn niet altijd even prettig. De kunst om te leven met wat is, zoals dat ook in een crisis als deze van de mensheid wordt gevraagd, is om het gezicht naar de hoop en het perspectief te richten. Dat is immers het enige wat we hebben. Zoals een ontluikend begin van een eikenboom met de eerste ontkieming van een wortel in de donkere aarde vervolgens op zoek gaat naar het licht.

written by Beitske - Posted in Corona